ECLI:NL:RBMNE:2024:2434
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te Utrecht, vastgesteld op €269.000 per 1 januari 2021. Verweerder handhaafde deze waarde na bezwaar en onderbouwde dit met een taxatiematrix waarin drie vergelijkbare woningen werden gebruikt.
De rechtbank heeft op 1 maart 2024 de zaak behandeld via beeldverbinding, waarbij ook een taxateur van verweerder aanwezig was. De woning betreft een hoekwoning uit 1972 met een gebruiksoppervlakte van 129 m2 en een kavel van 236 m2. Eiser stelde dat de waarde te hoog is en pleitte voor een lagere waarde van €245.000, onder meer vanwege de ligging aan een slecht onderhouden groenstrook met hondenpoep.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De gebruikte referentiewoningen zijn goed vergelijkbaar en de gehanteerde waarde per m2 ligt binnen de marktprijzen. De door eiser aangevoerde negatieve invloed van de ligging is onvoldoende onderbouwd en wordt door verweerder gemotiveerd weerlegd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt het griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €269.000 blijft gehandhaafd.