ECLI:NL:RBMNE:2024:2403
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde coöperatieve flat en dwangsom herziening
Eisers betwisten de WOZ-waarde van hun woning binnen een coöperatieve flatvereniging en stellen dat de waarde onterecht is verdubbeld sinds 2015. Zij voeren aan dat de bijzondere eigendomsstructuur de waarde negatief beïnvloedt en dat vergelijkingsobjecten niet passend zijn. Daarnaast stellen zij dat de dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar te laag is vastgesteld en dat zij geen uitnodiging voor een hoorzitting hebben ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat de WOZ-waarde terecht is vastgesteld volgens de overdrachtsfictie, waarbij geen rekening kan worden gehouden met het lidmaatschapsrecht van de coöperatieve flatvereniging. De referentiewoningen zijn passend gekozen en verschillen in voorzieningen zijn adequaat verdisconteerd. De waarde van € 144.000,- per 1 januari 2021 kan standhouden.
De rechtbank stelt vast dat de dwangsom te laag is vastgesteld omdat de periode tot en met 31 maart 2023 is berekend, terwijl de uitspraak op bezwaar op 4 april 2023 is verzonden. De dwangsom wordt daarom verhoogd met € 180,- tot een totaal van € 1.127,-. Verder is onvoldoende gebleken van contactpogingen voor een hoorzitting, waardoor eisers op dit punt in het gelijk worden gesteld. Het griffierecht van € 50,- wordt aan eisers vergoed.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de WOZ-waarde, verhoogt de dwangsom tot € 1.127,- en veroordeelt verweerder tot vergoeding van het griffierecht.