ECLI:NL:RBMNE:2024:2308
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechter onbevoegd voor behandeling beroep tegen niet-onderzoek aangifte strafbare feiten door Rijksrecherche
Eiser heeft de Rijksrecherche verzocht om aangiftes van strafbare feiten gepleegd door politieambtenaren en andere ambtenaren in behandeling te nemen. De Rijksrecherche heeft aangegeven geen nader onderzoek te zullen instellen en verwees eiser naar de Hoofdofficier van Justitie voor eventuele verdere stappen.
Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de bestuursrechter en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat zij kennelijk onbevoegd is om op het beroep en het verzoek te beslissen, omdat de opsporing en vervolging van strafbare feiten niet onder de bestuursrechtelijke rechtsbescherming vallen.
De rechtbank baseert dit op artikel 1.6, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht, dat bepaalt dat de hoofdstukken 2 tot en met 8 en 10 van de Awb niet van toepassing zijn op opsporing en vervolging van strafbare feiten. Hierdoor kan de bestuursrechter geen rechtsbescherming bieden tegen het standpunt van de Rijksrecherche.
De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd om van het beroep en het verzoek kennis te nemen en wijst tevens een proceskostenveroordeling af. Het betaalde griffierecht wordt terugbetaald aan eiser. Tegen deze uitspraak staat geen verzet open voor zover het de voorlopige voorziening betreft.
Uitkomst: De bestuursrechter verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening.