ECLI:NL:RBMNE:2024:2301
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde vrijstaande woning in Utrecht
Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning in Utrecht, vastgesteld op €1.009.000 per 1 januari 2022. Hij stelde een lagere waarde van €820.000 voor, onderbouwd met argumenten over de vergelijkbaarheid van referentiewoningen, de staat van onderhoud en de ondoelmatigheid van de achtertuin.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin vier referentiewoningen werden vergeleken. De rechtbank oordeelde dat deze referentiewoningen, ondanks verschillen in bouwstijl en aantal verdiepingen, voldoende vergelijkbaar zijn en dat de waardeverhouding adequaat was toegelicht.
De rechtbank verwierp de stelling van eiser dat de voorzieningen en onderhoudstoestand onvoldoende waren meegewogen. De lagere m² prijs van de woning ten opzichte van de referentiewoningen weerspiegelt deze factoren volgens de rechtbank voldoende. Ook de ondoelmatigheid van de achtertuin werd niet als objectief relevant beoordeeld.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de WOZ-waarde bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.009.000 wordt ongegrond verklaard.