De gecertificeerde instelling (GI) verzocht de rechtbank om een omgangsregeling vast te stellen tussen de minderjarige en haar tante en grootouders tijdens de ondertoezichtstelling. De minderjarige verblijft in een gezinshuis en is sinds 2020 onder toezicht gesteld met verlengingen tot 2024. De tante en grootouders hebben een nauwe persoonlijke betrekking met de minderjarige, omdat zij eerder zorg en verantwoordelijkheid voor haar droegen.
De moeder stond niet afwijzend tegenover contact, maar verzette zich tegen logeerpartijen vanwege zorgen over drankmisbruik en mishandeling. De vader, tante en gezinshuismoeder steunden het verzoek. De kinderrechter oordeelde dat de zorgen van de moeder onvoldoende objectief waren, mede omdat veiligheidsafspraken met de grootouders waren gemaakt.
De omgangsregeling bepaalt dat de minderjarige eens per vier weken van vrijdag tot zondag bij haar tante verblijft en, indien gewenst, een nacht bij haar grootouders. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze geldt ook tijdens eventuele beroepsprocedures.