Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
[minderjarige 1],
[minderjarige 2]EN
[minderjarige 3],
Rechtbank Midden-Nederland
Het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) vordert in kort geding dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] worden veroordeeld tot ontruiming van hun verblijf in het AZC, omdat zij een door het COA aangeboden passende woonruimte in een gemeente hebben geweigerd. De gedaagden, afkomstig uit Syrië, hebben verblijfsvergunningen ontvangen en zijn door het COA gekoppeld aan een gemeente die hen een appartement op de vierde etage zonder lift heeft aangeboden.
De gedaagden betwisten de geschiktheid van de woning vanwege medische klachten, waaronder moeite met traplopen en oogproblemen. De voorzieningenrechter stelt vast dat deze medische situatie niet tijdig is gemeld tijdens het huisvestingsgesprek en dat het COA geen Sociaal Medisch Advies hoefde aan te vragen. Na heroverweging concludeert het COA dat de woning passend is.
De rechtbank oordeelt dat het COA terecht heeft geoordeeld dat de woning passend is en dat de weigering van de woonruimte het recht op opvang in het AZC beëindigt. Hierdoor verblijven de gedaagden onrechtmatig in het AZC. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen en de gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van het AZC wordt toegewezen wegens weigering van passende woonruimte.