Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[adres], [woonplaats] ,
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.WAARDERING VAN HET BEWIJS
verdachteheeft het tenlastegelegde ontkend:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 8 maart 2024 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het rijden met een snelheid van ongeveer 111 km/u op de Maliebaan te Utrecht, waar de maximumsnelheid 50 km/u bedraagt.
De officier van justitie stelde dat de snelheid wettig en overtuigend was vastgesteld met een geijkte snelheidsmeter, terwijl de verdediging betoogde dat de meting onbetrouwbaar was vanwege de route, bochten en verkeerssituaties. De verdediging voerde aan dat de verbalisanten verdachte mogelijk hadden verward met een andere bestuurder.
De kantonrechter oordeelde dat ondanks dat verdachte kennelijk te hard heeft gereden, het bewijs onvoldoende overtuigend was om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat de snelheid daadwerkelijk 111 km/u bedroeg. De meting vertoonde tegenstrijdigheden en de omstandigheden maakten een nauwkeurige vaststelling twijfelachtig.
Daarom sprak de kantonrechter verdachte vrij van de tenlastelegging en wees de vordering tot tenuitvoerlegging af. Dit vonnis werd uitgesproken op 22 maart 2024.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van te hard rijden.