Partijen zijn gehuwd en verzoeken de rechtbank om voorlopige voorzieningen te wijzigen die eerder op 2 maart 2023 zijn vastgesteld in het kader van hun echtscheidingsprocedure. De voorzieningen betreffen het exclusieve gebruik van de woning door de vrouw en een maandelijkse bijdrage van de man aan de vrouw voor haar levensonderhoud.
De man verzoekt om wijziging van deze voorzieningen zodat hij de woning mag gebruiken en de vergoeding voor het gebruik van de woning wordt verlaagd. De vrouw verzet zich hiertegen en verzoekt tevens om toekenning van partneralimentatie. De rechtbank overweegt dat wijziging van voorlopige voorzieningen slechts mogelijk is bij evidente, zeer sprekende gevallen van gewijzigde omstandigheden of onjuiste gegevens.
De rechtbank oordeelt dat de gewijzigde financiële situatie van partijen niet zodanig is dat de voorlopige voorzieningen moeten worden aangepast. De verzoeken van partijen worden afgewezen, waardoor de oorspronkelijke beschikking ongewijzigd blijft. De beslissing is genomen door rechter J.H.L. Beckers en uitgesproken op 2 april 2024.