Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
1. op 3 december 2022 te Lelystad in vereniging met anderen door middel van geweld goederen heeft weggenomen van [aangever 1] en/of [aangever 2]
2. op 5 december 2022 te Lelystad een vuurwapen voorhanden heeft gehad.
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van bevindingen(met betrekking tot een beschrijving van tapgesprekken) is onder meer het volgende gerelateerd:
proces-verbaal van bevindingen(met betrekking tot een onderzoek naar bitcoins) is onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
proces-verbaal van bevindingen(met betrekking tot een analyse naar [naam 2] ) is onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 februari 2024;
- een proces-verbaal van doorzoeking van de woning aan de [adres 1] te [woonplaats] ;
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
1. diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
2. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJEN
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 57 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;
11.BESLISSING
3 (drie) jaren;
1 (één) jaar, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
2 (twee) jarenvast;
heft opde schorsing van de voorlopige hechtenis;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [aangever 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 december 2022 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [aangever 1] aan de Staat
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [aangever 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 december 2022 tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de hoofdelijk verplichting op ten behoeve van [aangever 2] aan de Staat € 38.918,56 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 december 2022 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 228 dagen gijzeling;
- verklaart [aangever 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.