ECLI:NL:RBMNE:2024:1440

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 maart 2024
Publicatiedatum
11 maart 2024
Zaaknummer
23/1062
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 7:1 AwbArt. 6:12 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken rechtsgeldige ingebrekestelling bij niet-tijdig beslissen kinderopvangtoeslag

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de Belastingdienst/Toeslagen op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 5 februari 2021. Zij stelde dat zij de Belastingdienst op 2 december 2022 in gebreke had gesteld wegens het uitblijven van een besluit.

De Belastingdienst betwistte ontvangst van een ingebrekestelling en kon geen ontvangstbevestiging vinden in haar systemen. De rechtbank heeft eiseres meerdere malen de gelegenheid gegeven om bewijs te leveren van verzending, maar zij heeft niet gereageerd.

De rechtbank concludeert dat er geen sprake is van een rechtsgeldige ingebrekestelling, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is. Hierdoor kan de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordelen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtsgeldige ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/1062

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 maart 2024 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. J. Ruijs),
en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 5 februari 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
Op 22 maart 2023 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1]
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. [2] Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [3]
3. Eiseres heeft op 16 februari 2023 beroep ingesteld bij deze rechtbank. Eiseres stelt dat zij verweerder op 2 december 2022 in gebreke heeft gesteld wegens het niet-tijdig nemen van een besluit op het verzoek om herbeoordeling.
4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres niet ontvankelijk is in haar beroep omdat hij geen ingebrekestelling heeft ontvangen en er evenmin een ontvangstbevestiging van een ingebrekestelling in de systemen van verweerder is aangetroffen.
5. De rechtbank heeft eiseres bij brieven van 12 juni en 23 augustus 2023 in de gelegenheid gesteld om te reageren op het standpunt van verweerder. Eiseres heeft echter niet nader gereageerd. Zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat de ingebrekestelling daadwerkelijk is verzonden. De rechtbank stelt daarom vast dat er geen sprake is van een (rechtsgeldige) ingebrekestelling.
6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
3.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.