ECLI:NL:RBMNE:2024:1389

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 maart 2024
Publicatiedatum
8 maart 2024
Zaaknummer
UTR 23/4157
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:38 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht bij kinderopvangtoeslag

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar verzoek om herbeoordeling in het kader van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat het griffierecht niet is voldaan, een vereiste volgens artikel 8:41 Awb Pro.

De rechtbank heeft eiseres op 5 september 2023 aangetekend verzocht het griffierecht van €50 binnen twee weken te betalen. Deze brief werd onbestelbaar geretourneerd en daaropvolgend op 16 oktober 2023 per gewone post verzonden, waarbij werd vermeld dat de oorspronkelijke termijn niet opnieuw startte. Ondanks deze kennisgeving is het griffierecht niet ontvangen en heeft eiseres geen geldige reden gegeven voor het uitblijven van betaling.

Op grond van artikel 8:54 Awb Pro verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en behandelt zij de zaak niet inhoudelijk. Tevens wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn op 8 maart 2024 te Utrecht.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4157

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 maart 2024 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] (België), eiseres

en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek om herbeoordeling (in het kader van de kinderopvangtoeslag).

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 50,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 5 september 2023 een aangetekende brief gestuurd naar het door haar opgegeven adres, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. Deze brief is onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd. Hierna is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van Pro de Awb, op 16 oktober 2023 per gewone post verzonden aan eiseres. Daarbij is vermeld dat de in de brief van 5 september 2023 genoemde termijn niet opnieuw aanvangt.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiseres heeft daar geen reden voor gegeven.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.