ECLI:NL:RBMNE:2024:1330
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig beslissen na integrale beoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar tegen een besluit van de Belastingdienst/Toeslagen over de lichte toets compensatie voor kinderopvangtoeslag. Verweerder had op 2 oktober 2023 een integrale beoordeling uitgevoerd en geweigerd een vergoeding toe te kennen, waardoor eiseres geen recht meer zou hebben op compensatie.
De rechtbank oordeelde dat op het moment van het instellen van het beroep nog geen beslissing was genomen, maar dat na de integrale beoordeling duidelijkheid was verschaft. Hierdoor was het doel van het beroep, het verkrijgen van een tijdige beslissing, bereikt en bestond er geen procesbelang meer.
De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk. Wel werd verweerder veroordeeld tot betaling van de door eiseres gemaakte proceskosten en het griffierecht, aangezien de integrale beoordeling pas na het instellen van het beroep had plaatsgevonden. De dwangsomregeling was reeds door verweerder vastgesteld en werd niet verder beoordeeld.
De uitspraak werd gedaan door rechter M. Eversteijn op 6 maart 2024 en is openbaar.
Uitkomst: Het beroep wegens niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de integrale beoordeling inmiddels heeft plaatsgevonden en eiseres geen procesbelang meer heeft.