ECLI:NL:RBMNE:2024:1326

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
9 februari 2024
Publicatiedatum
7 maart 2024
Zaaknummer
C/16/570084 / FZ RK 24-100
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArt. 3:2 Wvggz
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz

De officier van justitie verzocht op 8 februari 2024 om voortzetting van een crisismaatregel die op 7 februari 2024 was opgelegd aan betrokkene, geboren in 2002, verblijvend bij GGZ Centraal. De mondelinge behandeling vond plaats op 9 februari 2024, waarbij betrokkene, zijn advocaat, behandelend psychiater, waarnemend arts, vader, verpleegkundigen en een coassistent werden gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig.

Betrokkene en zijn advocaat stelden dat niet langer voldaan werd aan de wettelijke criteria voor voortzetting, omdat er geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel meer zou zijn en betrokkene liever thuis ambulante hulp wilde ontvangen. De psychiater gaf aan dat betrokkene na een suïcidepoging onder invloed van stemmen is opgenomen en dat voortzetting noodzakelijk is om medicatie op te bouwen en ambulante zorg te starten, zodat betrokkene veilig naar huis kan terugkeren.

De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige psychische schade, vermoedelijk veroorzaakt door een psychotische stoornis. De verplichte zorgvormen zijn noodzakelijk, evenredig en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt daarom verleend voor een periode van drie weken, tot en met 1 maart 2024.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel tot en met 1 maart 2024.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling familierecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/570084 / FZ RK 24-100
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 9 februari 2024naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
verblijvende te GGZ Centraal, locatie [locatie] te [plaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. N. de Vos.

1.Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 8 februari 2024, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 7 februari 2024 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn onder meer de volgende bijlagen gevoegd:
- een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d.
7 februari 2024;
  • de medische verklaring d.d. 7 februari 2024;
  • De gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ en de Wvggz.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 februari 2024, in het gebouw van de GGZ Centraal, locatie [locatie] te [plaats] . Daarbij heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door mr. N. de Vos;
- de heer [psychiater] , psychiater;
- mevrouw [waarnemend arts] , waarnemend arts.
Verder waren aanwezig:
- de heer [vader] , vader van betrokkene;
- twee verpleegkundigen;
- een coassistent.
1.3.
De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is bij de mondelinge behandeling te verschijnen.
1.4.
De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en een kennisgeving mondelinge uitspraak aan de advocaat van betrokkene, de vertegenwoordiger van de zorgaanbieder en de officier van justitie verstrekt.

2.Beoordeling

2.1.
In de crisismaatregel waarvan de officier van justitie voortzetting vraagt, zijn de volgende vormen van verplichte zorg, als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz Pro, opgenomen:
a. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
b. beperken van de bewegingsvrijheid;
c. insluiten;
d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;
h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
j. opnemen in een accommodatie.
2.2.
Standpunten
Door de advocaat van betrokkene is ter zitting geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek, nu er niet voldaan wordt aan de wettelijke criteria. Er is namelijk niet langer sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Een psychiatrische instelling is niet de juiste plek voor betrokkene. Hij wenst naar huis te gaan en ambulante hulpverlening te krijgen.
Door de psychiater is ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene is opgenomen omdat hij onder invloed van stemmen in zijn hoofd een suïcidepoging heeft gedaan. Voordat betrokkene terug kan keren naar huis is het noodzakelijk dat hij tot rust komt en er nazorg is opgestart voor in de thuissituatie. Vanuit het ziekenhuis, waar betrokkene na zijn suïcidepoging was opgenomen, is andere medicatie geadviseerd. Deze medicatie zou de impulsen van betrokkene remmen. Op dit moment is deze nieuwe medicatie nog niet voldoende opgebouwd om te effecten daarvan te kunnen vaststellen. Naar verwachting zal hier één tot twee weken voor nodig zijn. Een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel is noodzakelijk om betrokkene in te stellen op medicatie en ambulante zorg op te starten zodat betrokkene op een veilige manier terug naar huis kan.
2.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, met name gelegen in levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.4.
De rechtbank is van oordeel dat de verplichte vormen van zorg, zoals hierna vermeld in de beslissing, noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.5.
Deze vormen van verplichte zorg zijn evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.6.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] voor de volgende vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 lid 2 Wvggz Pro:
a. toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
b. beperken van de bewegingsvrijheid;
c. insluiten;
d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;
h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
j. opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 1 maart 2024;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 9 februari 2024 mondeling gegeven door mr. M.E.A. Braeken, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door M.R. Meijn als griffier, en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.