Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
in de periode [2014] tot en met 15 oktober 2019 in Hilversum samen met een ander of alleen uitkeringsfraude heeft gepleegd, in die zin dat zij ter bevoordeling van zichzelf of een ander opzettelijk heeft nagelaten inlichtingen te verstrekken waarvan zij wist of redelijkerwijze moest vermoeden dat deze van belang waren voor het vaststellen van het recht op een uitkering krachtens de Wet werk en bijstand en/of Participatiewet dan wel de hoogte of duur van die uitkering;
in de periode [2014] tot en met 6 januari 2019 in Hilversum opzettelijk voordeel heeft genoten uit door misdrijf verkregen uitkeringsgelden door gebruik te maken van een woning en in die woning aanwezige voorzieningen en voedingsmiddelen, welke (geheel of gedeeltelijk) werden betaald van een uitkering die door [medeverdachte] werd ontvangen.
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
opzetop het nalaten de vereiste gegevens te verstrekken.
centrum van maatschappelijk leven’.
Ik heb niets te verbergen. Zoals het gegaan is, is het gegaan toch?’ Vervolgens heeft hij een verklaring afgelegd die op een aantal punten ook voor zichzelf belastend is. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat [medeverdachte] woorden in de mond zijn gelegd of dat bij hem sprake zou zijn geweest van onduidelijkheid over het doel van het verhoor.
[…]’. [22]
Als je meer gaat verdienen, zeg tussen de € 700,00 en € 1000,00 per maand, dan stop je de uitkering’. Dan zou verdachte genoeg verdienen en hoefde zij geen uitkering meer te ontvangen, aldus [medeverdachte] . [49]
alle op dit formulier voorkomende gegevens naar waarheid te hebben verstrekt en geen andere voor de verstrekking van de uitkering van belang zijnde gegevens te hebben verzwegen’ en dat de ondergetekende bekend is met ‘
de verplichting om tijdig, volledig en juiste mededeling te doen van elke verandering van feiten of omstandigheden waarvan men redelijkerwijs kan vermoeden dat zij tot wijziging of intrekking van de uitkering kan leiden’.
5.BEWEZENVERKLARING
- een gezamenlijke huishouding voerde en samenwoonde met [medeverdachte] en
- door middel van verkoop van gebak inkomsten heeft genoten;
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
taakstraf van 90 (negentig) uren;
gevangenisstraf van 3 (drie) maanden;
- een gezamenlijke huishouding voerde(n) en/of samenwoonde met [medeverdachte] , en/of
- door middel van handel in en/of verkoop van gebak en/of (overige) etenswaren inkomsten heeft/hebben genoten;