De kinderrechter van Rechtbank Midden-Nederland heeft op 9 februari 2024 besloten de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen tot 10 augustus 2024. De ondertoezichtstelling was eerder op 10 februari 2023 voor een jaar ingesteld vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige.
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging omdat nog niet alle doelen waren behaald, met name de opbouw van het contact tussen de minderjarige en de vader. Hoewel de GI aangaf dat een verlenging van drie maanden mogelijk voldoende zou zijn, werd uiteindelijk gekozen voor zes maanden. Zowel de moeder als de vader stemden in met deze verlenging.
De kinderrechter benadrukte dat ondanks eerdere rechterlijke uitspraken de minderjarige lange tijd nauwelijks contact met de vader had, wat zorgelijk is voor de ontwikkeling van een vader-kindrelatie. De situatie wordt als pril en kwetsbaar gezien, waardoor de GI langer betrokken moet blijven om regie te voeren en de situatie te monitoren. Tevens moeten ouders afspraken maken over zorg en opvoeding tijdens vakanties, waarbij de GI kan ondersteunen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beslissing kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld via het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.