Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd in P.I. [plaats 2] , locatie [locatie] ,
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
contra-indicaties, komt vast te staan dat de verdachte tijd had zich te beraden op het te nemen besluit of het genomen besluit, zodat hij gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. De rechtbank overweegt dat uit het onderzoek niet is gebleken wat is voorafgegaan aan het toebrengen van de dodelijke steekwond. De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte heeft gehandeld met voorbedachte raad en zal verdachte daarom vrijspreken van de impliciet primair ten laste gelegde moord.
stand-invan het slachtoffer
stand-invan het slachtoffer bij het inlopen op het mes een rechtopstaande positie.
stand-in, een achter- en bovenwaarts gericht steekkanaal te verwachten is, met een huidperforatie in de maagregio (in geval van een vergelijkbare lichaamslengte van de
stand-in). Deze huidperforatie zou verticaal georiënteerd zijn. De deskundige concludeert dat het geschetste en uitgebeelde scenario zoals voorgesteld bij de reconstructie in tegenspraak is met de vastgestelde letselkenmerken.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
- wijst de vordering van [benadeelde partij] toe tot een bedrag van € 8.968,11;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde partij] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 mei 2023 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij] aan de Staat
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.