Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag van 28 april 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank Midden-Nederland is bevoegd om over dit beroep te oordelen nadat het was doorgestuurd door de rechtbank Limburg.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiser de ingebrekestelling op 7 april 2022 heeft gedaan. Het beroep is op 18 januari 2024 ingediend, ruim na de vereiste termijn van twee weken na ingebrekestelling. Verweerder heeft nog geen besluit genomen, waardoor de rechtbank het beroep gegrond verklaart en verweerder opdraagt alsnog binnen twee weken na verzending van de uitspraak een besluit te nemen.
De rechtbank volgt de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 augustus 2023 vastgestelde nadere beslistermijnen voor dit type zaken. Dit houdt in dat verweerder uiterlijk 25 april 2024 een schriftelijke vooraankondiging moet doen en vervolgens binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze of het verstrijken van de reactietermijn een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat verweerder de termijnen overschrijdt, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en proceskosten van €218,75.
De uitspraak is gedaan door rechter M.W.A. Schimmel en griffier E.J.H.C. Hui op 29 februari 2024.