ECLI:NL:RBMNE:2023:886
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring wrakingsverzoek tegen bestuursrechter wegens vermeende partijdigheid
In deze wrakingszaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen bestuursrechter mr. R.C. Moed, die een bezwaarprocedure behandelde tegen een besluit van het ministerie BZK. Verzoeker stelde dat de rechter partijdig was door onder meer het toelaten van de gemeente als belanghebbende, aanwezigheid van parketpolitie tijdens de zitting en het vooraf vaststellen van de procedurele toetsing zonder inhoudelijke beoordeling van het EVRM.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 Awb Pro en geoordeeld dat de aangevoerde gronden procesbeslissingen betreffen die niet objectief kunnen worden opgevat als blijk van vooringenomenheid. De aanwezigheid van de parketpolitie en de rol van de gemeente werden verklaard vanuit procedurele en veiligheidsredenen. Ook het proces-verbaal werd als zakelijke weergave bevestigd.
Vanwege door verzoeker geuite dreigementen aan de rechter is een wrakingsverbod opgelegd voor toekomstige verzoeken in dezelfde zaak. De wrakingskamer verklaarde het verzoek tot wraking ongegrond en bepaalde dat de hoofdzaak voortgezet wordt in de stand van schorsing. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek ongegrond verklaard en wrakingsverbod opgelegd voor toekomstige verzoeken in dezelfde zaak.