Deze civiele procedure betreft een geschil tussen de Vereniging van Ondereigenaars en de Vereniging van Eigenaars over de geldigheid van besluiten genomen tijdens twee vergaderingen van de Vereniging van Eigenaars, gehouden op 10 maart 2021 en 23 december 2022.
De kern van het geschil is of de vergadering van 10 maart 2021 rechtsgeldig was bijeengeroepen en of tijdens de vergadering van 23 december 2022 de juiste stemverhouding is gehanteerd. De kantonrechter oordeelt dat de vergadering van 10 maart 2021 niet op de voorgeschreven wijze is bijeengeroepen, maar dat de besluiten inmiddels onaantastbaar zijn omdat er geen tijdig beroep tegen is ingesteld. De besluiten van die vergadering blijven daarom in stand.
Ten aanzien van de vergadering van 23 december 2022 stelt de kantonrechter vast dat ten onrechte slechts één stem is toegekend aan de Vereniging van Ondereigenaars, terwijl zij dertig stemmen vertegenwoordigt. Dit leidt tot vernietigbaarheid van de besluiten genomen op die vergadering. De kantonrechter vernietigt deze besluiten en veroordeelt de Vereniging van Eigenaars in de proceskosten van de Vereniging van Ondereigenaars.