ECLI:NL:RBMNE:2023:7685

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 juni 2023
Publicatiedatum
30 april 2024
Zaaknummer
10292273 \ UC EXPL 23-472
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling jaarlijkse ANWB-contributie en veroordeling tot betaling van openstaande bedragen

Sinds 2003 heeft gedaagde een lidmaatschap bij de ANWB waarvoor jaarlijks €100 contributie verschuldigd is. Voor de periode augustus 2019 tot augustus 2020 is deze contributie niet voldaan, ondanks een initiële betaling die later is gestorneerd. De ANWB beëindigde het lidmaatschap per 6 juli 2020 en vorderde betaling van de openstaande contributie, rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

Gedaagde stelde dat hij betaald had, maar het bleek dat de betaling op zijn verzoek was teruggestort. De kantonrechter oordeelde dat de betalingsverplichting niet was nagekomen en kende de hoofdsom van €100 toe. De wettelijke rente werd vastgesteld vanaf de dagvaarding omdat de exacte vervaldatum onvoldoende was gesteld.

Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten van €40 toegewezen, gegrond op het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten en een correcte aanmaning. De proceskosten werden vastgesteld op €353,99, inclusief salaris gemachtigde. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €100, wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten aan ANWB.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 10292273 UC EXPL 23-472 NA/58602
Vonnis van 7 juni 2023
inzake
de besloten vennootschap
ANWB B.V.,
gevestigd in ’s-Gravenhage,
verder ook te noemen ANWB,
eisende partij,
gemachtigde: KVN Gerechtsdeurwaarders & Juristen.
tegen:
[gedaagde],
wonende in [woonplaats] ,
verder ook te noemen [gedaagde] ,
gedaagde partij,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 8;
- de conclusie van antwoord met één bijlage;
- de conclusie van repliek met productie 9.
1.2.
De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is

2.De beoordeling

De kern van de zaak
2.1.
De vraag die centraal staat is of [gedaagde] een bedrag van € 100,- (de contributie volgens de factuur van 10 juli 2019) moet betalen aan ANWB. Dit is het geval. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Wat er feitelijk gebeurd is
2.2.
Sinds 2003 heeft [gedaagde] een lidmaatschap bij de ANWB. De kosten voor dit lidmaatschap zijn € 100,- per jaar en dit contributiebedrag wordt jaarlijks automatisch geïncasseerd. ANWB stelt dat de jaarlijkse contributiebetaling voor de periode augustus 2019 tot augustus 2020 niet voldaan is. ANWB heeft het lidmaatschap per 6 juli 2020 beëindigd.
Vorderingen en verweer
2.3.
ANWB vordert dat [gedaagde] bij vonnis wordt veroordeeld, uitvoerbaar bij voorraad:
  • een bedrag te betalen van € 100,- (hoofdsom), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldag van de factuur, tot aan de dag van algehele voldoening;
  • een bedrag te betalen van € 40,- aan buitengerechtelijke kosten;
  • in de proceskosten.
2.4.
De conclusie van [gedaagde] strekt tot afwijzing van de vorderingen. [gedaagde] voert aan dat er geen openstaande vordering is, omdat hij betaald heeft.
Hoofdsom van € 100,-
2.5.
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] een bedrag van € 100,- moet betalen aan ANWB, omdat vast is komen te staan dat [gedaagde] zijn verplichting die voortvloeit uit het lidmaatschap (betaling van de jaarlijkse contributie) niet is nagekomen.
2.6.
[gedaagde] heeft weliswaar op 26 augustus 2019 € 100,- overgemaakt aan ANWB, maar gebleken is dat [gedaagde] de betaling op 11 september 2019 heeft gestorneerd: op zijn verzoek is het bedrag aan hem teruggestort. Betaling van de contributie volgens de factuur van 10 juli 2019 is daarmee uitgebleven, zodat [gedaagde] zijn betalingsverplichting alsnog moet nakomen. De door ANWB gevorderde hoofdsom wordt daarom toegewezen.
Wettelijke rente
2.7.
ANWB vordert betaling van de hoofdsom van € 100,- te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vervaldag van de factuur. Het is niet duidelijk welke datum ANWB daarmee bedoelt. Op de factuur van 10 juli 2019 staat namelijk alleen dat het bedrag op 24 augustus 2019 wordt geïncasseerd. Dat [gedaagde] met ingang van die datum in verzuim is, heeft ANWB onvoldoende gesteld. Daarom stelt de kantonrechter de ingangsdatum van de wettelijke rente vast op de datum van de dagvaarding, 12 januari 2023.
Buitengerechtelijke kosten en proceskosten
2.8.
[gedaagde] moet verder de gevorderde buitengerechtelijke kosten van € 40,- betalen. De hoogte van de gevorderde buitengerechtelijke kosten is in overeenstemming met de tarieven volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en worden geacht redelijk te zijn. Daarnaast heeft ANWB aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro.
2.9.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van ANWB worden begroot op:
- dagvaarding € 107,99
- griffierecht € 86,00
- salaris gemachtigde €
160,00(2 punten x tarief € 80,00)
Totaal € 353,99

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan ANWB te betalen € 100,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 januari 2023, tot de dag van algehele voldoening;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan ANWB te betalen € 40,- aan buitengerechtelijke kosten;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van ANWB, tot de uitspraak van dit vonnis vastgesteld op € 353,99, waarvan € 160,- aan salaris gemachtigde;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2023.