ECLI:NL:RBMNE:2023:7680

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 november 2023
Publicatiedatum
24 april 2024
Zaaknummer
21/4686
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 6:5 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik nam op 25 november 2021 een besluit waartegen opposanten beroep instelden. De rechtbank verklaarde dit beroep op 13 januari 2023 niet-ontvankelijk wegens het niet betalen van griffierecht. Tegen deze uitspraak stelden opposanten verzet in, zonder een zitting te verzoeken.

De rechtbank beoordeelt in deze verzetprocedure of de eerdere uitspraak terecht zonder zitting is gedaan, omdat er geen twijfel was over de uitkomst. Opposanten moesten verzetsgronden aanvoeren die specifiek tegen de uitspraak van 13 januari 2023 gericht zijn, maar zij faalden hierin.

Ondanks een verzoek van de rechtbank om deze gronden aan te geven, reageerden opposanten niet. De aangevoerde verzetsgronden betroffen niet de uitspraak zelf en konden deze daarom niet aantasten. De rechtbank verklaart het verzet ongegrond en bevestigt de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/4686-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 november 2023 op het verzet van

[opposant 1] en [opposant 2], te [woonplaats], opposanten.

Procesverloop

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik heeft op
25 november 2021 een besluit genomen. Tegen dit besluit hebben opposanten beroep ingesteld bij de rechtbank.
In de uitspraak van 13 januari 2023 heeft de rechtbank dit beroep niet-ontvankelijk verklaard (UTR 21/4686). Tegen deze uitspraak hebben opposanten verzet ingesteld. Zij hebben niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 13 januari 2023 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposanten geen griffierecht hebben betaald. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposanten gelijk hebben met hun beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 13 januari 2023 niet juist is.
3. Opposanten moeten in deze procedure eerst aangeven waarom zij het niet eens zijn met de uitspraak van de rechtbank van 13 januari 2023. Dat moet door middel van het opschrijven van ‘verzetsgronden’. Dit volgt uit de artikel 8:55, tweede lid (dit artikel gaat specifiek over het doen van verzet) en artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Awb. Als dat niet gebeurt, is de hoofdregel dat de rechtbank het verzet niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen verzetsgronden zijn genoemd. Het gaat dan om omstandigheden waar opposanten niets aan kunnen doen.
4. In onderhavige zaak heeft de rechtbank op 4 februari 2023 een brief van opposanten ontvangen waarin wordt verwezen naar de uitspraak van 13 januari 2023. De rechtbank heeft deze brief opgevat als een verzetschrift (een brief waarin opposanten aangeeft in verzet te willen komen tegen een uitspraak). Omdat de rechtbank in dit verzetschrift geen verzetsgronden tegen de uitspraak van 13 januari 2023 heeft aangetroffen, is aan opposanten bij aangetekende brief van 26 september 2023 gevraagd naar de gronden van het verzet.
5. Opposanten hebben hierop niet gereageerd.
6. De rechtbank stelt het volgende vast. Opposanten hebben weliswaar verzetsgronden aangevoerd, maar deze gaan niet over de uitspraak van 13 januari 2023. De verzetsgronden kunnen de rechtmatigheid van die uitspraak daarom niet aantasten.
7. Het verzet is daarom ongegrond. Dat betekent dat de uitspraak van de rechtbank van
13 januari 2023 in stand blijft.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 november 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.