Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties;
- de conclusie van repliek met 1 productie;
- de conclusie van dupliek;
Rechtbank Midden-Nederland
De huurder huurt sinds oktober 2015 een woning van Ymere en is vanaf juli 2022 tot en met april 2023 een huurachterstand van €486,58 ontstaan. Ymere vordert betaling van deze achterstand, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.
De huurder betwist de achterstand en stelt dat hij de huur maandelijks heeft betaald, maar levert geen overtuigend bewijs. De kantonrechter stelt vast dat de betalingen die de huurder heeft ingediend niet voldoende zijn om de achterstand te weerleggen. Betalingen voor mei en juni 2023 zijn niet relevant omdat die maanden niet gevorderd worden.
De rechter wijst de vordering toe, inclusief de wettelijke rente vanaf 23 maart 2023 en de incassokosten conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast wordt de huurder veroordeeld in de proceskosten en eventuele nakosten bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van €486,58 huurachterstand, wettelijke rente en €84,28 incassokosten.