De gedaagde heeft bij CZ Zorgverzekeringen een zorgverzekering afgesloten voor zichzelf en zijn twee kinderen. Hij heeft echter de premie over de maanden oktober 2022 tot en met februari 2023 niet betaald. CZ vordert daarom betaling van de openstaande premie, vermeerderd met rente en incassokosten.
De gedaagde betwist de rechtsgeldigheid van de overeenkomst en voert onder meer dwaling aan, maar slaagt hier niet in omdat hij dit niet heeft onderbouwd. Ook het ontbreken van een natte handtekening doet niet af aan de geldigheid van de online afgesloten overeenkomst.
De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst rechtsgeldig is en dat de gedaagde gehouden is de premie te voldoen. Omdat de premie niet is betaald, wordt de hoofdsom van € 1.585,48 toegewezen, evenals de wettelijke rente over de verschillende perioden en de buitengerechtelijke incassokosten van € 176,71. Een door de gedaagde ingediende tegenvordering wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat deze niet tijdig en niet onderbouwd is ingediend.
De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van in totaal € 1.762,96, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.