Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verweerschrift van de moeder met daarin tevens (voorwaardelijke) zelfstandige verzoeken, binnengekomen op 9 februari 2023;
- een brief van de vader (met bijlagen) met daarin tevens een aanvullend verzoek, binnengekomen op 15 februari 2023.
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- mevrouw [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen de Raad).
2.Waar de procedure over gaat
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] .
- de zorgregeling te wijzigen naar een regeling waarbij de kinderen drie weekenden per maand van vrijdag uit school tot maandag naar school en elke woensdag na school tot na het eten bij de vader verblijven, althans enige regeling die de rechtbank in het belang van de kinderen voorkomt;
- de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder te bepalen.
3.De beoordeling
- de noodzaak om te verhuizen;
- de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
- de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de kinderen en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;
- de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;
- de rechten van de andere ouder en de kinderen op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
- de frequentie van het contact tussen de kinderen en de andere ouder voor en na de verhuizing;
- de leeftijd van de kinderen, hun mening en de mate waarin de kinderen geworteld zijn in hun omgeving of juist extra gewend is aan verhuizingen;
- de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.