ECLI:NL:RBMNE:2023:7203
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard wrakingsverzoek tegen rechters in voorlopige hechteniszaak
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters die zijn strafzaak behandelen, omdat zij eerder beslissingen namen over zijn voorlopige hechtenis. Hij vreesde hierdoor een gebrek aan objectiviteit.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en overwogen dat het nemen van beslissingen over voorlopige hechtenis geen definitief oordeel over de bewijsvraag inhoudt en daarom geen grond voor wraking is. De rechters hebben zich nog niet over het bewijs uitgelaten en volgen professionele standaarden waarbij dezelfde rechters de zaak in zijn geheel behandelen.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij indiening van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is ongegrond verklaard en de strafprocedure wordt voortgezet.