De rechtbank Midden-Nederland heeft op 21 december 2023 een beschikking gegeven in een zaak betreffende de beëindiging van het ouderlijk gezag over twee minderjarige kinderen die sinds 2021 onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI) staan en in een gezinshuis verblijven. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om het gezag van de ouders te beëindigen en de GI met de voogdij te belasten.
De kinderen zijn ernstig in hun ontwikkeling bedreigd door de thuissituatie bij de ouders. Bij de oudste is een autismespectrumstoornis vastgesteld en hij vertoont een achterstand in sociale ontwikkeling. De jongste heeft ernstige gevolgen ondervonden van mishandeling en verwaarlozing, maar maakt cognitief goede vorderingen sinds de plaatsing. De ouders kampen met ernstige problematiek, waaronder de diagnose Pediatric Condition Falsification en diverse psychische stoornissen bij de moeder.
De omgang met de ouders is voor de kinderen belastend en leidt tot stagnatie in hun ontwikkeling. De rechtbank stelt vast dat de ouders niet in staat zijn om binnen een aanvaardbare termijn de verzorging en opvoeding te dragen. Het perspectief van de kinderen ligt in het gezinshuis, waar zij zich goed ontwikkelen. De rechtbank verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst het verzoek van de Raad toe, waarbij de GI tot voogd wordt benoemd.