ECLI:NL:RBMNE:2023:6714
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in vordering tot ontneming na schikking
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 13 december 2023 de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen de veroordeelde. Voorafgaand aan de zitting was tussen het OM en de veroordeelde een schikking gesloten op basis van artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering, voortvloeiend uit procesafspraken van 27 oktober 2023.
De rechtbank stelde vast dat de opschortende voorwaarde voor de schikking was vervuld door de einduitspraak in de hoofdzaak conform de afspraken. Hoewel de ontnemingszaak nog niet van rechtswege was geëindigd omdat aan de voorwaarden van de schikking nog niet was voldaan, beoogden partijen met de schikking een rechterlijke inhoudelijke beslissing over de vordering te voorkomen.
Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit betekent dat de rechtbank geen inhoudelijke uitspraak deed over de ontnemingsvordering, waarmee de procedure voorlopig wordt beëindigd zolang de schikking niet is uitgevoerd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming vanwege een tussen partijen gesloten schikking.