Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 december 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , verweerder
Procesverloop
24 januari 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
Overwegingen
1 augustus 2023. Op 2 augustus 2023 is het verweerschrift naar het kantoor van de gemachtigde van eiser toegestuurd. De zitting heeft plaatsgevonden op 22 september 2023. Het verweerschrift is dus 52 dagen voor de zitting ingediend. De rechtbank is van oordeel dat eiser daarmee voldoende gelegenheid heeft gehad om van het verweerschrift kennis te nemen en daarop te reageren. Op de zitting heeft eiser zijn standpunten over het verweerschrift naar voren gebracht. Daar komt bij dat het verweerschrift in ieder geval vóór de in artikel 8:58 Awb Pro genoemde termijn van tien dagen is ontvangen. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat er sprake is van een afbreuk aan het beginsel van gelijkwaardigheid van partijen of strijd met de goede procesorde. Het verweerschrift kan daarom worden betrokken bij de beoordeling van het geschil.