Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- er staan twee personen bij aangever. Eén van deze twee personen maakte een stekende beweging in de richting van de rug van aangever.
- diezelfde persoon maakte een tweede stekende beweging in de richting van aangever. Aangever zat met zijn rug in de richting van deze persoon.
- diezelfde persoon maakte een derde stekende beweging in de richting van aangever, waarbij aangever met zijn rug in de richting van deze persoon probeerde op te staan.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
medeplegen van een poging tot zware mishandeling;
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
€ 7.500,00 voor de geleden immateriële schade billijk, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 22 mei 2022 tot de dag van volledige betaling.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
Bewezenverklaring
Strafbaarheid
Oplegging straf
gevangenisstraf van 180 dagen;
60 dagenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 9.220,50, bestaande uit een vergoeding van € 1.720,50 voor materiële schade en een vergoeding van € 7.500,00 voor immateriële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 mei 2022 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [slachtoffer] wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 9.220,50 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 mei 2022 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 81 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;