ECLI:NL:RBMNE:2023:6609
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging natuurvergunningen spieringvisserij vanwege onvoldoende onderbouwing significante gevolgen Natura 2000-gebieden
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 6 december 2023 uitspraak gedaan in de bestuursrechtelijke zaken betreffende natuurvergunningen voor spieringvisserij op acht locaties in de Waddenzee. De vergunningen waren verleend door de minister voor Natuur en Stikstof op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels (Vogelbescherming) had beroep ingesteld tegen deze vergunningen.
De kern van het geschil betrof de vraag of de visserij significante gevolgen zou hebben voor de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden Waddenzee en IJsselmeer. De minister baseerde haar besluit op een passende beoordeling waarin werd geconcludeerd dat dergelijke gevolgen uit konden worden gesloten. De Vogelbescherming en de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) betwistten dit en stelden dat de beoordeling onvoldoende was onderbouwd, met name ten aanzien van het voedselaanbod voor beschermde vogelsoorten en verstoringseffecten.
De rechtbank volgde het oordeel van de StAB dat de passende beoordeling leemten vertoonde, onder meer omdat onvoldoende inzicht bestond in de spieringpopulatie en de effecten van visserij op de voedselbeschikbaarheid en verstoring van vogels. Ook de aanvullende onderzoeken boden geen voldoende onderbouwing. De minister had daarmee het besluit niet op een deugdelijke passende beoordeling mogen baseren. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde de minister tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De natuurvergunningen voor spieringvisserij worden vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing dat significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten.