Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) met betrekking tot haar Ziektewet-uitkering. Na meerdere gewijzigde besluiten van het UWV, waarin uiteindelijk werd vastgesteld dat verzoekster ongewijzigd recht heeft op de uitkering per 29 juni 2022, heeft verzoekster haar beroepen ingetrokken.
De rechtbank heeft beoordeeld of het UWV als bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen. Gezien de volledige tegemoetkoming in zaak UTR 23/625, is het belang van het beroep in zaak UTR 23/620 komen te vervallen. Verzoekster heeft verzocht om vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank wijst het verzoek toe en veroordeelt het UWV tot betaling van €1.674,- aan proceskosten, berekend op basis van het aantal proceshandelingen en het vaste bedrag per handeling conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het griffierecht van €100,- door het UWV vergoed moet worden.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.