ECLI:NL:RBMNE:2023:6273

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 november 2023
Publicatiedatum
23 november 2023
Zaaknummer
15/700120-16 (ontneming)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 511 SvArt. 348 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid vordering tot ontneming wegens vrijspraak witwassen

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 13 oktober 2023 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €62.720,-, gebaseerd op het witwassen van geld door betrokkene. De officier van justitie stelde dat dit bedrag het door betrokkene witgewassen bedrag vertegenwoordigde.

De verdediging verzocht de rechtbank de vordering af te wijzen, verwijzend naar de bepleite vrijspraak voor het onderliggende strafbare feit. Op 24 november 2023 sprak de rechtbank betrokkene integraal vrij van het witwasfeit.

Gelet op artikel 36e Sr en de samenhang met artikel 511 en Pro 348 Sv, oordeelde de rechtbank dat zonder veroordeling wegens het strafbare feit de ontnemingsvordering niet ontvankelijk kan worden verklaard. Daarom werd de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming wegens de vrijspraak van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 15-700120-16 (ontneming)
Vonnis van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming
in de zaak tegen
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

De vordering is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 13 oktober 2023. Op 24 november 2023 is het onderzoek gesloten.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. A.M.C.V. Fellinger en van hetgeen betrokkene en zijn raadslieden, mrs. M. Vollebregt en R.P. van der Graaf, advocaten te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2.VORDERING

2.1
Het standpunt van de officier van justitie
De (ter zitting verlaagde) vordering van de officier van justitie strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) wordt geschat op € 62.720,- en tot het opleggen aan betrokkene van de verplichting tot betaling aan de staat van dit geldbedrag ter ontneming van dat geschatte voordeel. Ter onderbouwing heeft de officier van justitie aangevoerd dat dit de hoogte van het door betrokkene witgewassen bedrag betreft.
2.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft de rechtbank verzocht de vordering af te wijzen, gelet op de bepleitte vrijspraak voor het feit waaruit het wederrechtelijk verkregen voordeel zou zijn verkregen.

3.BEOORDELING VAN DE VORDERING

Artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht houdt in dat op vordering van het openbaar ministerie bij afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit, de verplicht kan worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Uit het wettelijk systeem, meer in het bijzonder uit artikel 511
e, eerste lid, in verbinding met artikel 348 van Pro het Wetboek van Strafvordering, moet worden afgeleid dat het ontbreken van een veroordeling wegens eens strafbaar feit aan de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering in de weg staat.
De betrokkene is bij vonnis van 24 november 2023 van deze rechtbank integraal vrijgesproken van het tenlastegelegde, te weten het witwassen van meerdere geldbedragen.
Deze vrijspraak brengt mee dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

4.BESLISSING

De rechtbank: verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.P. Verboom, voorzitter, mrs. C. van de Lustgraaf en L.M.M. Heppe, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.H.A. de Poot, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 november 2023.