ECLI:NL:RBMNE:2023:6271
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs witwassen bitcoins in onderzoek NOCIS
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van gewoontewitwassen van zeven geldbedragen door het inwisselen van bitcoins voor contant geld in de periode juni tot september 2015. De verdenking maakte deel uit van het onderzoek NOCIS, gericht op grootschalig witwassen van bitcoins.
De officier van justitie achtte het bewijs voldoende om tot een veroordeling te komen, onder meer gebaseerd op observaties van ontmoetingen en chatberichten met een telefoonnummer dat aan verdachte werd toegeschreven. De verdediging betoogde dat er geen sluitend bewijs was dat verdachte daadwerkelijk betrokken was, onder andere omdat de auto van verdachte door anderen werd gebruikt en de identificatie van de bestuurder niet was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat verdachte de gebruiker was van het telefoonnummer en de persoon die de bitcoins inwisselde. De enkele gelijkenis van een naam in de telefoon van een medeverdachte was niet overtuigend. Verdachte werd daarom integraal vrijgesproken van het ten laste gelegde.
De uitspraak werd gedaan na meerdere zittingen, waarbij de rechtbank het onderzoek sloot op 24 november 2023. De rechtbank verklaarde het primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen van gewoontewitwassen.