Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
thans gedetineerd in de [verblijfplaats] ,
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
(de rechtbank begrijpt: op 14 november 2022)de politie gebeld met de melding dat er ruzie was in de woning van uw dochter. Wat kunt u daar over vertellen?
5.BEWEZENVERKLARING
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
- zich niet ophoudt op de [straat] te [woonplaats] ;
- zich onthoudt van contact met [slachtoffer] .
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;
6 (zes) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
- legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 2 (twee) jaren;
- beveelt dat verdachte
- zich niet ophoudt in de [straat] te [woonplaats] ;
- zich onthoudt van contact met [slachtoffer] ;
dadelijk uitvoerbaaris.
- een hamer (3077858);
- een waterpomptang (PL0900-2022295147-3055765)
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 2.000,-. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft vergoeding van zorgkosten niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- wijst de vordering van [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 2.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 30 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- verklaart [bedrijf 1] niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.