ECLI:NL:RBMNE:2023:6010

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 augustus 2023
Publicatiedatum
13 november 2023
Zaaknummer
UTR 23/1573
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht in bestuursrechtelijke zaak

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een uitspraak van de heffingsambtenaar van de gemeente Meerinzicht. Nadat het bezwaar op 25 januari 2023 werd afgewezen, heeft eiser op 14 februari 2023 een e-mail gestuurd waarin hij zijn onvrede uitte. Omdat tegen een uitspraak op bezwaar alleen beroep openstaat, heeft verweerder deze e-mail doorgezonden naar de rechtbank om als beroep te worden behandeld.

De rechtbank heeft eiser op 19 mei 2023 aangetekend verzocht het griffierecht van €50,- binnen vier weken te betalen. Eiser heeft dit niet (tijdig) gedaan en heeft geen geldige reden opgegeven voor de niet-betaling. Volgens artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het griffierecht worden betaald om het beroep inhoudelijk te kunnen behandelen.

Gezien het uitblijven van betaling en het ontbreken van een geldige reden verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 Awb Pro. Er zal geen inhoudelijke behandeling van het beroep plaatsvinden en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
Zaaknummer: UTR 23/1573

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 augustus 2023 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Meerinzicht, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 25 januari 2023 uitspraak gedaan op het bezwaar van eiser.
Op 14 februari 2023 heeft eiser een email gestuurd aan verweerder waaruit duidelijk wordt dat eiser het niet eens is met de uitspraak op bezwaar van 25 januari 2023.
Omdat er tegen een uitspraak op bezwaar alleen beroep open staat heeft verweerder, zoals hij vanuit de wet verplicht is, de email van eiser naar de rechtbank doorgestuurd om als beroep behandeld te worden. Daarover gaat deze uitspraak.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet (op tijd) betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 50,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 19 mei 2023 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.