ECLI:NL:RBMNE:2023:5970

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 juni 2023
Publicatiedatum
13 november 2023
Zaaknummer
UTR 22/1492-V
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:38 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens te late indiening afgewezen

Opposante heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 12 augustus 2022, waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. De rechtbank heeft het verzet beoordeeld en vastgesteld dat het verzetschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na verzending van de uitspraak was ingediend.

De rechtbank heeft opposante verzocht om een verklaring voor de te late indiening, maar opposante heeft niet gereageerd. De rechtbank concludeert dat er geen verschoonbare omstandigheden zijn die de overschrijding van de termijn rechtvaardigen.

Daarom verklaart de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk en behandelt zij het verzet niet inhoudelijk. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en is in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2023.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder geldige reden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/1492-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juni 2023 op het verzet van

[opposante] , te [vestigingsplaats] , opposante.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposante heeft ingediend tegen de beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen van 24 januari 2022.
In de uitspraak van 12 augustus 2022 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposante is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.
Opposante heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 12 augustus 2022 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het beroep te laat is ingediend. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. Opposante is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank van 12 augustus 2022. Daarom heeft zij verzet ingesteld. De rechtbank vindt dat de uitspraak van 12 augustus 2022 in stand kan blijven. Zij legt hierna uit waarom.
3. Een verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat de uitspraak van de rechtbank is verzonden. In dit geval is de uitspraak van 12 augustus 2022 verzonden op
16 augustus 2022. Het verzetschrift had dus uiterlijk op 27 september 2022 ingediend moeten zijn. De rechtbank heeft het verzet ontvangen op 30 september 2022. Dat is te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het verzet niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het verzetschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar opposante niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft opposante op 27 januari 2023 een aangetekende brief gestuurd en gevraagd waarom zij haar verzetschrift te laat heeft ingediend. De aangetekend verzonden brief is door opposante niet afgehaald en aan de rechtbank geretourneerd. Vervolgens is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van Pro de Awb, aan opposante ter kennisneming per gewone post toegezonden. In deze brief is aangegeven dat de termijn uit de brief van 27 januari 2023 niet opnieuw aanvangt. Opposante heeft hier niet op gereageerd.
5. Het enige dat de rechtbank op dit moment moet beoordelen, is of opposante het verzetschrift op tijd heeft ingediend. Dit is niet het geval. Opposante heeft ook geen verschoonbare reden opgegeven waarom zij niet binnen de termijn van zes weken een verzetschrift heeft ingediend.
6. Het verzet is niet-ontvankelijk. Daarom wordt het verzet niet inhoudelijk behandeld.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2023.
de griffier is verhindert de
uitspraak te ondertekenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.