Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
- een rapport van de reclassering van 16 oktober 2023, opgemaakt door S. Vroom, reclasseringswerker;
- een rapport van 20 september 2023, opgemaakt door P.K.J. Ronhaar, psychiater;
- een rapport van de reclassering van 7 april 2023, opgemaakt door A. Koekoek, reclasseringswerker;
- een rapport van 24 februari 2023, opgemaakt door T.W.D.P. van Os, psychiater;
- een rapport van de reclassering van 17 november 2022, opgemaakt door L. Engberts, reclasseringswerker;
- een rapport van 8 november 2022, opgemaakt door M.L. Reijmerink, GZ-psycholoog.
9.BENADEELDE PARTIJ
€ 1.500,00. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit.
10.BESLAG
11.VORDERING TENUITVOERLEGGING
12 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
13.BESLISSING
gevangenisstraf van twee jaren;
- gelast dat verdachte
- bepaalt dat de totale duur van de tbs met dwangverpleging niet is gemaximeerd;
- 1 Telefoontoestel (G3005347);
- 1 Jas (G2992324);
- 1 Handschoen (G2992331);
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 1.500,00 aan immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2022 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 1.500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2022 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 25 dagen gijzeling;