Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1 HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2 DE TENLASTELEGGING
3.DE VOORVRAGEN
4 WAARDERING VAN HET BEWIJS
5 DE BEWEZENVERKLARING
6.DE STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8 DE OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10 VORDERING TENUITVOERLEGGING
11.BESLAG
11.1Het standpunt van de officier van justitie
12 DE TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
13.DE BESLISSING
gevangenisstrafvan
134 dagen;
120 dagen gevangenisstrafniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
2 (twee) jarenvast;
- 1 STK Hennep | PL0900-2021394797-G2921949;
- 2 STK Hennep | PL0900-2021394797-G2921951;
- 39 STK Hennep | PL0900-2021394797-G2921967;
- wijst de vordering van [verbalisant 1] toe tot een bedrag van € 400,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag van € 400,-, bestaande uit immateriële schadevergoeding, aan [verbalisant 1] , vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 maart 2022 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [verbalisant 1] aan de Staat € 400,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 maart 2022 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 8 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.