ECLI:NL:RBMNE:2023:5770
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij last onder dwangsom
Verzoeker heeft een last onder dwangsom opgelegd gekregen wegens overtredingen op zijn perceel en maakte hiertegen bezwaar. Het college heeft het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, maar de last onder dwangsom bleef voor twee overtredingen in stand. Verzoeker stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang was omdat verzoeker tot 25 augustus 2023 de tijd had om de overtredingen te beëindigen en geen verlenging had gevraagd. Op de laatste dag van de termijn werd het verzoek ingediend, maar controle na afloop toonde dat de overtredingen niet waren opgeheven en de dwangsom was verbeurd.
Omdat het verbeuren van de dwangsom al heeft plaatsgevonden, is er geen spoedeisend belang meer om een voorziening te treffen. Ook is niet gebleken dat het besluit evident onrechtmatig is. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en omdat de dwangsom reeds is verbeurd.