ECLI:NL:RBMNE:2023:5678

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 september 2023
Publicatiedatum
30 oktober 2023
Zaaknummer
16-256206-21
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 311 lid 1 SrArt. 321 SrArt. 47 lid 1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte diefstal en verduistering boot en trailer wegens onvoldoende bewijs

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 29 september 2023 de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van diefstal dan wel verduistering van een trailer en een sloep op 23 september 2020. De tenlastelegging betrof het samen met anderen wegnemen van deze goederen met wederrechtelijk toe-eigeningsvoornemen.

Tijdens de terechtzitting op 15 september 2023 werd vastgesteld dat verdachte een kwetsbare oudere man is met een lichte verstandelijke beperking en gezondheidsproblemen. Hoewel verdachte aanwezig was bij de feiten, oordeelde de rechtbank dat hij als katvanger werd gebruikt en niet op de hoogte was van de plannen van zijn medeverdachten. Ook bleek niet dat verdachte zelf baat had gehad bij de handelingen.

De rechtbank baseerde dit oordeel mede op een ontlastende verklaring van een medeverdachte die als getuige optrad. Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs werd verdachte vrijgesproken van beide tenlastegelegde feiten. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken, met de mogelijkheid de vordering civielrechtelijk te vervolgen.

Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken van diefstal en verduistering wegens onvoldoende bewijs medeplegen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16-256206-21 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 29 september 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1959 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] , [woonplaats] ,
hierna: verdachte.

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 september 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. S. Mirshahi en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. M. Kuipers, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er in het kort op neer dat verdachte:
feit 1
primair:op 23 september 2020 in Utrecht samen met anderen een trailer van [bedrijf] B.V. heeft gestolen;
subsidiair:dan wel deze trailer heeft verduisterd;
feit 2
primair:op 23 september 2020 in Maarssen samen met anderen een sloep van [benadeelde] heeft gestolen;
subsidiair:dan wel deze sloep heeft verduisterd.

3.VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.VRIJSPRAAK

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte integraal vrij te spreken van het ten laste gelegde.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft eveneens integrale vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
Uit het dossier, de rapportage van de reclassering van 20 maart 2023 en de brief van de maatschappelijk werkster die verdachte begeleidt van 12 september 2023 komt het beeld naar voren dat verdachte een kwetsbare en beïnvloedbare oudere man is met een licht verstandelijke beperking en gezondheidsproblemen. Dit beeld is bij de terechtzitting van 15 september 2023 bevestigd. Dat verdachte aanwezig was bij de tenlastegelegde feiten heeft hij bekend, maar de rechtbank heeft de overtuiging dat verdachte door zijn medeverdachten als katvanger is gebruikt voor het huren van de trailer. Niet is gebleken dat hij op de hoogte was van de plannen van zijn medeverdachten. Ook is op geen enkele wijze gebleken dat verdachte zelf baat heeft gehad bij zijn handelingen. Dit oordeel is mede gebaseerd op de voor verdachte ontlastende verklaring die medeverdachte [medeverdachte] tijdens de zitting van 15 september 2023 als getuige in de zaak van verdachte heeft afgelegd. Al met al is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte kan worden aangemerkt als medepleger van de tenlastegelegde diefstallen dan wel verduisteringen. De rechtbank zal verdachte dan ook van beide feiten vrijspreken.

5.BENADEELDE PARTIJ

[benadeelde] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van
€ 25.614,07. Dit bedrag bestaat uit € 25.114,07 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde feit.
De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

6.BESLISSING

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het primair en subsidiair onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Benadeelde partij
- verklaart [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. van Woudenberg, voorzitter, mrs. L.M.G. de Weerd en N.M.H. van Ek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.J.A. Barends, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 september 2023.
Mr. Van Woudenberg is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
Feit 1
hij op of omstreeks 23 september 2020 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een aanhanger (merk Kalf N/A, kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] B.V., in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
(art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 23 september 2020 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een aanhanger (merk Kalf N/A, kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en welk goed verdachte en/of zijn mededaders anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten als huurder(s), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
(art 321 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
Feit 2
hij op of omstreeks 23 september 2020 te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een sloep (merk Refit VonDur 620), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
(art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 23 september 2020 te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een sloep (merk Refit VonDur 620), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en welk goed verdachte en/of zijn mededaders anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten huurder(s), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
(art 321 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)