Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd in de [verblijfplaats] ,
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van bevindingenvan 6 oktober 2022 heeft verbalisant [verbalisant 1] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, geverbaliseerd:
rapport van het NFI betreffende een explosievenonderzoekvan 3 februari 2023 heeft rapporteur dr. J. Dalmolen onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, gerelateerd:
proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delictvan 5 november 2022 hebben verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, geverbaliseerd:
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 3 oktober 2023;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 7 februari 2023, genummerd PL0900-2022295149-71, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 6] , werkzaam bij de politie eenheid Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 448.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 3 oktober 2023;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal aangifte van 12 juni 2022, genummerd PL0900-2022167954-3, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 7] , werkzaam bij de politie eenheid Midden-Nederland, houdende de verklaring van aangever [slachtoffer 2] , doorgenummerde pagina’s 8 en 9;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 16 juni 2022, genummerd PL0900-2022167954, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 8] , werkzaam bij de politie eenheid Midden-Nederland, doorgenummerde pagina’s 94 tot en met 98.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
9.BENADEELDE PARTIJ
10.VORDERING TENUITVOERLEGGING
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 36f, 47, 77a, 77g, 77i, 77s, 77gg, 157 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie,
12.BESLISSING
jeugddetentie voor de duur van 1 (één) jaar;
maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 2.000,-, bestaande uit een vergoeding van immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 oktober 2022 tot de dag van de algehele voldoening;
- verklaart de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 2.000,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 oktober 2022 tot de dag van de volledige betaling. Bij gebreke van betaling en verhaal zal er geen gijzeling worden toegepast;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;