Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van [verdachte (voornaam)] op de zitting van 19 september 2023;
- een geschrift, inhoudende een rapport van [E] , NFI-deskundige forensische drugsanalyse van 11 april 2023, opgemaakt door het Nederlands Forensisch Instituut, doorgenummerde pagina 468 e.v.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN [verdachte (voornaam)]
8.OPLEGGING VAN MAATREGEL
9.BENADEELDE PARTIJ
10.VORDERING TENUITVOERLEGGING 16/214762-20
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.350,00;
- veroordeelt [verdachte (voornaam)] hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2023 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt [verdachte (voornaam)] ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt [verdachte (voornaam)] de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 1.350,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2023 tot de dag van volledige betaling. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;