Uitspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 28 februari 2023
ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
TENLASTELEGGING
VOORVRAGEN
VRIJSPRAAK
Het standpunt van de officier van justitie
Het standpunt van de verdediging
- Voor het onder 1 primair tenlastegelegde geldt dat er geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering bij het produceren van vals geld. Verdachte heeft ook niet een materiële of intellectuele bijdrage van voldoende gewicht geleverd, en bovendien kan niet worden bewezen dat verdachte het oogmerk had om nagemaakt of vervalst geld in omloop te brengen.
- Voor het onder 1 subsidiair tenlastegelegde geldt dat niet kan worden vastgesteld dat er sprake is geweest van dubbel opzet. Er was immers geen opzet op het ondersteunen van een strafbaar feit, ook niet in voorwaardelijke zin.
- Voor het onder 2 primair tenlastegelegde geldt dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte het oogmerk had op het uitgeven van vals geld. Daarnaast kan niet worden vastgesteld dat er sprake is geweest van medeplegen aangezien op geen enkele wijze is gebleken van een gezamenlijke beschikkingsmacht of anderszins van een bewuste en nauwe samenwerking.
- Voor het onder 2 subsidiair tenlastegelegde geldt dat geen sprake is geweest van medeplichtigheid aangezien het dubbel opzet ontbreekt.
- Voor het onder 3 primair en subsidiair tenlastegelegde geldt dat de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen (inktcartridges en printpapier), geen voorwerpen zijn die naar hun aard in objectieve zin duidelijk bestemd zijn voor het namaken van vals geld. Bovendien is van bekendheid met de bestemming van deze voorwerpen bij verdachte geen sprake geweest.
- Voor het onder 4 tenlastegelegde geldt primair dat verdachte, gelet op de eerdere standpunten, geen strafbare pleger en/of deelnemer, en dus ook geen deelnemer aan een criminele organisatie is geweest. Subsidiair geldt dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte onvoorwaardelijk opzet had op het oogmerk van de criminele organisatie.