Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.Het verloop van dit kort geding
2.De feiten
(…)
u een relatie heeft met de heer [gedaagde sub 2] ;
u op een andere adres verblijf buiten [plaats 1] ;
op het adres buiten [plaats 1] op 7 juli 2023 twee onbekende mannen aan de deur zijn geweest. Deze mannen lieten u een foto zien en vroegen of dit uw vriend was. Deze mannen vertelden u dat er iets gestolen was en zij dit terug wilden;
op 28 juli 2023 opnieuw drie mannen op het adres in [plaats 2] aan de deur kwamen. Dat u verteld is dat het om een miljoen euro zou gaan. De mannen wilden de “Stenen” terug of als deze al verkocht waren het resterende geld.
Dat u heeft begrepen dat met “Stenen” cocaïne wordt bedoeld.