De bewindvoerder van een onder bewindgestelde heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op een aanvraag tot herbeoordeling van kinderopvangtoeslag van 16 februari 2022. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat de Belastingdienst in gebreke is gesteld op 11 april 2023. Het beroep is gegrond verklaard en de rechtbank draagt de Belastingdienst op om binnen de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen een vooraankondiging en vervolgens een besluit te nemen.
De rechtbank legt een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de Belastingdienst de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en proceskosten van € 209,25. De uitspraak volgt na een verweerschrift van de Belastingdienst en zonder dat partijen gebruik hebben gemaakt van het recht op een zitting.
De rechtbank sluit aan bij de recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak over beslistermijnen in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen en benadrukt het belang van tijdige besluitvorming in deze complexe toeslagzaken.