Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 13 oktober 2021. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 4 januari 2023. Het beroep is gegrond verklaard en de rechtbank draagt de Belastingdienst op alsnog binnen vastgestelde termijnen een vooraankondiging en besluit te nemen.
De rechtbank volgt de recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 augustus 2023, waarin nadere beslistermijnen zijn vastgesteld voor dit soort zaken. De rechtbank stelt een termijn van uiterlijk zes weken na verzending van deze uitspraak voor het doen van een vooraankondiging en een termijn van twee weken daarna voor het nemen van het besluit. Voor elke dag overschrijding van deze termijnen wordt een dwangsom van €100 opgelegd, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt de Belastingdienst opgedragen het door eiseres betaalde griffierecht van €50 te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en uitgesproken op 18 september 2023. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op zitting.