De zaak betreft een verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op grond van disfunctioneren, een verstoorde arbeidsverhouding en cumulatiegrond. De werknemer was sinds juni 2021 in dienst als Specialist Process Characterization met een functie die zowel technische als commerciële verantwoordelijkheden omvatte. De werkgever stelde dat de werknemer onvoldoende commerciële activiteiten verrichtte en bood hem een Performance Improvement Plan (PIP) aan, dat de werknemer onder protest accepteerde en later weigerde te volgen.
De werknemer voerde verweer dat hij bij indiensttreding niet op de hoogte was van de commerciële eisen en dat een ontwikkeltraject met scholing had moeten worden aangeboden in plaats van een verbetertraject. De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende vaststond dat de werknemer tijdig en duidelijk was geïnformeerd over de commerciële verwachtingen en dat de werkgever te snel een verbetertraject was gestart zonder eerst educatie aan te bieden.
Ook was er geen sprake van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding, aangezien de werknemer zijn werkzaamheden bleef uitvoeren en de werkgever geen pogingen had gedaan om de relatie te herstellen. De cumulatiegrond faalde eveneens omdat de afzonderlijke gronden niet voldragen waren. De kantonrechter wees het verzoek tot ontbinding af en veroordeelde de werkgever tot betaling van proceskosten.