ECLI:NL:RBMNE:2023:5058
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor tewerkstellingsvergunning asielzoeker
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om de verlenging van de tewerkstellingsvergunning voor haar werkgever te weigeren. De vergunning was verleend voor de periode van 10 april 2023 tot 25 september 2023 en op grond van de asielzoekersregeling geldt een maximale werkperiode van 24 weken per jaar.
De voorzieningenrechter overweegt dat eerdere uitspraken de 24-wekentermijn onverbindend hebben verklaard omdat deze beperking van de toegang tot de arbeidsmarkt voor asielzoekers niet gerechtvaardigd is en in strijd is met artikel 15 van Pro de Opvangrichtlijn. Hierdoor heeft het beroep van verzoekster een redelijke kans van slagen.
Op grond hiervan wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, zodat verzoekster vanaf 25 september 2023 wordt behandeld alsof haar werkgever in het bezit is van een tewerkstellingsvergunning tot aan de uitspraak in de hoofdzaak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op basis van artikel 8:83 lid 3 Awb Pro en bindt de rechtbank in de hoofdzaak niet. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoekster wordt behandeld alsof haar werkgever over een tewerkstellingsvergunning beschikt.