Uitspraak
(verder te noemen: verzoekster).
Rechtbank Midden-Nederland
De meervoudige kamer voor de behandeling van verschoningszaken ontving op 12 september 2023 een verzoek tot verschoning van een bestuursrechter in een WOZ-zaak. De rechter voelt zich niet vrij te oordelen omdat er een lopende klachtprocedure is tussen haar en de gemachtigde van een partij in deze zaak.
De klachtprocedure betreft een andere WOZ-zaak waarin dezelfde gemachtigde betrokken was en die recentelijk een richtinggevende uitspraak opleverde. De rechter achtte dat zolang de klachtprocedure loopt, haar onpartijdigheid in deze zaak mogelijk geschaad kan zijn.
De verschoningskamer overwoog dat hoewel het feit dat de rechter eerder een uitspraak deed in een vergelijkbare zaak op zichzelf onvoldoende is voor verschoning, de combinatie met de lopende klachtprocedure voldoende aanleiding geeft om het verzoek te honoreren.
De kamer verklaarde het verzoek tot verschoning gegrond en droeg zorg voor kennisgeving aan alle betrokkenen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de bestuursrechter wordt gegrond verklaard vanwege een lopende klachtprocedure tegen de gemachtigde.