De zaak betreft een geschil tussen eiser en gedaagde over de rechtsgeldigheid van een studieovereenkomst en een stageovereenkomst. Eiser volgde een interne opleiding tot barbier bij gedaagde, waarbij een studieovereenkomst werd gesloten met terugbetalingsverplichting van studiekosten. Later tekenden partijen een stageovereenkomst waarbij eiser als floormanager werkte.
De kantonrechter oordeelt dat de studieovereenkomst en het addendum ongeldig zijn omdat gedaagde onvoldoende duidelijkheid heeft verschaft over de terugbetalingsverplichtingen en de duur van de opleiding, in strijd met goed werkgeverschap en redelijkheid en billijkheid. Daarnaast is vastgesteld dat de stageovereenkomst feitelijk een arbeidsovereenkomst betreft, omdat de werkzaamheden niet in overwegende mate ten behoeve van de opleiding waren en eiser zelfstandig werkzaamheden verrichtte.
De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van achterstallig loon over de stageperiode, terugbetaling van onverschuldigde betalingen door eiser, en het verstrekken van loonstroken. Tevens wordt een wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging toegewezen. De proceskosten worden aan de zijde van eiser toegewezen. De tegenvordering van gedaagde wordt afgewezen.